Image Image Image Image Image Image Image Image Image Image

| October 22, 2020

Scroll to top

Top

No Comments

Interview: Kristien Hemmerechts

Tempus

Schrijfster, BV, feministe: het zijn woorden die spontaan in je hoofd springen als je aan Kristien Hemmerechts denkt. Maar wist je ook dat mevrouw Hemmerechts lesgeeft aan onze eigenste HUB? Ze doceert er Engelse literatuur aan eerste- en tweedejaarsstudenten Taal- en Letterkunde. De passie en bevlogenheid die ze in de klas toont, ontbrak ook deze keer niet.

Welke studierichting heeft u gedaan en waar heeft u dit gevolgd?

Ik heb Germaanse gestudeerd: twee jaar aan de Katholieke Universiteit Brussel en twee jaar in Leuven. Na mijn laatste jaar ben ik met een beurs naar Amsterdam vertrokken. Dat was een hele ontdekking voor mij. Mijn blik is daar echt opengegaan. Eindelijk weg uit wat toen het homogene, traditionele, katholieke Vlaanderen was.

Welk type student was u? Vlijtig, ijverig, dromerig?

Ik was enorm vlijtig. Ik werkte heel hard maar deed dat graag omdat ik mijn studies heel boeiend vond. Klakkeloos vanbuiten leren kon ik niet: ik moest eerst alles begrijpen voor ik het in mijn hoofd kon prenten.

Heeft u een speciale band met het Engels?

Daar kan ik niet meteen een kant-en-klaar antwoord op geven. Om één of andere reden voelt het voor mij aan als een tweede moedertaal.

De huidige generatie studenten wordt wel eens de millenniumstudenten genoemd. Ze zijn verbonden met het internet via laptop of smartphone, ze babbelen graag en ze zijn ook niet altijd op tijd in de les. Ervaart u dit ook zo en wat vindt u van die evolutie?

Ik merk wel dat ik bij de huidige generatie studenten een strijd moet voeren tegen oppervlakkigheid en vluchtigheid. Ik moet de studenten echt dwingen om de leerstof grondiger te bestuderen. Ze denken te snel dat ze de leerstof begrijpen. Misschien heeft dit te maken met het feit dat jongeren in hun kindertijd veel positieve aanmoediging hebben gekregen, waardoor ze nu een flinke dosis zelfvertrouwen hebben. Mijn generatie kreeg die positieve aanmoediging niet: bij ons kon het nooit goed genoeg zijn. Als je vandaag tegen studenten zegt dat hun essay of scriptie niet goed is, zijn ze echt verbluft. Het is alsof ze voor het eerst negatieve feedback hebben gekregen. Toch vind ik het belangrijk om daar als docent heel eerlijk in te zijn. Zo help je hen tenslotte vooruit.

Welke positieve eigenschappen hebben de studenten van vandaag?

Oh, ze hebben er heel veel hoor: ze zijn ondernemend, vriendelijk, evenwichtig, hebben veel zelfvertrouwen, zijn creatief.

De grote Vlaamse universiteiten hebben onlangs een voorstel gelanceerd om toekomstige studenten een toelatingsexamen te laten afleggen alvorens ze aan hun universitaire studies kunnen beginnen. Vindt u dat voorstel de moeite waard?

Wanneer je afgestudeerd bent van het secundair onderwijs ben je piepjong. Ik denk dat je studenten dan wel een marge mag geven om fouten te maken. Ik sta dus een beetje huiverachtig tegenover dat voorstel. Je moet ook rekening houden met het feit dat kinderen die uit gezinnen komen waarvan beide ouders hebben gestudeerd een streepje voor hebben. Dus misschien is een overgangsjaar, een jaar waarin men toekomstige studenten voorbereidt op universitaire studies, een betere oplossing.

Merkt u dat het niveau op universiteiten hierdoor achteruit gaat?

Er is winst en verlies. Aan de ene kant zie je dat sommige studenten bepaalde basisvaardigheden missen. Vaardigheden die mijn generatie vanzelfsprekend vond wanneer je hogere studies aanvatte. Aan de andere kant merk je dan weer dat er andere vaardigheden in de plaats zijn gekomen: studenten zijn vaak ondernemend en willen graag bijleren. Ik geef bijvoorbeeld ook creatief schrijven in de toneelschool in Antwerpen. Onlangs had een student een tekst afgegeven die vol stond met spelfouten. Hij antwoord, dat soort dingen. Maar er stonden wel prachtige zinnen in zijn tekst, dus heb ik niets gezegd van die spelfouten. In een cursus creatief schrijven is dat niet nodig, vind ik. Kijk, je hoort af en toe wel dat het onderwijs achteruit gaat en dat studenten niets meer kunnen, maar dat zeiden ze ook toen ik op de schoolbanken zat. Dat klopt natuurlijk niet. Studenten vandaag de dag spreken bijvoorbeeld veel beter Engels dan mijn generatie. Oké, wij kenden dan wel weer beter Frans.

U schrijft natuurlijk ook boeken. Bent u op dit moment bezig aan een boek?

Jawel. Ik kan je wel niet vertellen waar het over gaat. Dat doe ik nooit als het boek nog niet af is. Er is onlangs wel een ander boek van mij verschenen: Kronkelpaden van het geheugen. Het is een soort onderzoek naar het geheugen en naar herinneringen. Ik probeer een antwoord te vinden op de vraag waarom mensen zich bepaalde dingen herinneren. De aanleiding voor het boek was de dood van mijn buurmeisje. Zij overleed op veertigjarige leeftijd en liet een man en twee kinderen achter. Ik wou weten hoe haar nabestaanden haar zagen, welke herinneringen zij van haar hadden.

Merkt u persoonlijk dat de boekensector veranderd is gedurende de laatste jaren?

Natuurlijk. Uitgeverijen leiden nu een onzeker bestaan. Het boek krijgt zware concurrentie van film, televisie, internet, mobiele telefoons, et cetera. Er lijkt steeds minder tijd om te lezen. Gelukkig zijn er nog vakanties. Dan stoppen mensen boeken in hun koffers en reistassen.

Wat velen misschien niet weten, is dat u heeft meegewerkt aan een single met Dieter Troubleyn, getiteld Overkant, die dit jaar is verschenen. Waar haalde u de inspiratie voor dit project?

Hij had De dood heeft mij een aanzoek gedaan gelezen, een boek van mij. Daar stond een passage in die hem sterk raakte. Hij heeft toen gevraagd of hij die passage mocht opnemen in een nummer van hem en of ik die zelf wilde inspreken.

Vindt u het soms moeilijk om al uw bezigheden te combineren (of te plannen)?

Neen, eigenlijk niet. Het combineren van lesgeven en schrijven gaat mij bijzonder goed af. Ze staan in een wisselwerking met elkaar en geven mij elk op hun beurt inspiratie.

U bent geboren in Brussel en u heeft hier ook gestudeerd. Heeft u daardoor een speciale band met de stad?

Ja, zeker. Brussel is en blijft een stad waar ik erg graag kom. Al woon ik meer dan twintig jaar in Antwerpen, Brussel voelt nog altijd als ‘mijn’ stad.. Zoals Johan Verminnen zo mooi zingt: ‘Brussel, ‘k zit in je binnenzak.’ Ik hou van de anonimiteit, de diversiteit in de buurten, de leuke wijkjes rond al de markten, noem maar op.

Tegenwoordig woont u in Antwerpen. Wat vindt u het opvallendste verschil tussen die twee grootsteden?

Brussel is de enige echt stad van België en Antwerpen blijft een provinciehoofdstad. Al mag je dat nooit tegen een Antwerpenaar zeggen.

Wat vond u als inwoner van Antwerpen van de uitslagen van de verkiezingen op 14 oktober?

Ik was er echt niet goed van. Die triomfantelijke bestijging van het stadshuis bezorgde mij rillingen, net als het feit dat er meteen werd uitgehaald naar Di Rupo. Diezelfde avond ben ik nog afgezakt naar de Roma waar de partij van Patrick Janssens bij elkaar was gekomen. Ik had nood aan therapie.

Vindt u het een goede zaak dat de N-VA erin geslaagd is om het Vlaams Belang te herleiden tot een kleine partij?

Veel ex-kiezers van het Vlaams Belang hebben op de N-VA gestemd en er zijn veel politici overgestapt van het Vlaams Belang naar de N-VA. Dus ik vraag mij wel af in hoeverre dat extreem gedachtegoed aanwezig is bij de N-VA.

Je bent ook feministe. Is er vandaag de dag nog veel seksisme?

Je merkt nog altijd dat vrouwen minder au sérieux genomen worden dan mannen. Dikwijls heb ik het gevoel dat hoeveel diploma’s ik ook behaald heb, hoeveel boeken ik ook geschreven heb, mannen mij niet als hun gelijke zien. Ik zou de Nobelprijs kunnen winnen en dan nog zouden ze mij niet ten volle waarderen. In Sylvia’s Lovers, een negentiende-eeuwse roman van Elizabeth Gaskell die ik met de eerstejaarsstudenten lees, beschrijft zij die mechanismes. Dat is fascinerend en herkenbaar. Nu, feministen worden wel eens afgeschilderd als mannenhaters. Voor de duidelijkheid: ik haat geen mannen. Ik ben voor zover ik weet heteroseksueel en heb veel mannelijke vrienden. Mannen hebben een geweldige geldingsdrang. Ik denk dat ze biologisch zo geprogrammeerd zijn. Dat zie ik al bij mijn kleinzoontje van twee en half: dat is een tonnetje testosteron dat het huis binnenkomt.

Tot slot, welke raad geeft u onze lezers?

Als docent adviseer ik jullie om de lat hoog te leggen. Als moeder en als vrouw zeg ik jullie: leg de lat niet te hoog. Er wordt heel veel geëist. Neem nu bijvoorbeeld zwangere vrouwen. Die moeten vandaag ook mooi en sexy zijn. In mijn tijd droegen we van die enorme tenten. Vandaag is een zwangere buik een accessoire waarmee je trots uitpakt. Ook voor jonge moeders ligt de lat erg hoog. Gelukkig is dat nog geen zorg voor de meeste studenten hier. Geniet gewoon van het leven en trek je niet te veel aan van wat de samenleving je voorschrijft.

Foto: (C) Eveline Renaud

Submit a Comment