Image Image Image Image Image Image Image Image Image Image

| January 16, 2019

Scroll to top

Top

No Comments

Het Erasmusprogramma viert zijn 25ste verjaardag

Tempus

Al meer dan 25 jaar één van de grootste successen van Europa

Erasmus

Het Erasmusprogramma van de Europese Commissie viert dit jaar zijn 25ste verjaardag. Al meer dan drie miljoen studenten hebben hun vertrouwde nest verlaten en hun vleugels uitgeslagen naar een ander Europees land. Dit jaar zijn er meer dan honderd academische studenten van de HUB op Erasmus vertrokken en meer dan 150 buitenlandse studenten kwamen naar de HUBrussel. De meeste buitenlandse studenten komen van Frankrijk, Spanje of Italië. Ze worden aangetrokken door het Europese karakter van de stad met al zijn Europese instellingen, aldus het mobility office AO.

De naam van het Erasmusprogramma is geïnspireerd naar de Nederlandse priester Desiderius Erasmus (1466- 1536). Deze humanist studeerde zelf in verschillende Europese landen, iets wat in die tijd trouwens heel normaal was. Erasmus staat voor European Region Action Scheme for the Mobility of University Students en is trouwens een backroniem (een acroniem met een betekenis die na de introductie van de term is ontstaan, nvdr) . Het Erasmusprogramma maakt deel uit van het Life Long Learning Programma van de Europese commissie, een programma om Europa klaar te stomen voor de kenniseconomie.

Voordat het Erasmusproject van start ging, werd er al een zestal jaar geëxperimenteerd met uitwisselingsstudenten. In 1968 werd het programma voor het eerst voorgesteld, maar het stuitte toen op een njet van landen die al goede uitwisselingsprogramma’s hadden, zoals Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Een jaar – en veel lobbywerk – later werd het programma goedgekeurd. In het eerste jaar gingen er 3 244 studenten op Erasmus. In het academiejaar 2009-2010 gingen 213 266 studenten op Erasmus. Vandaag zijn al meer dan drie miljoen studenten op Erasmusuitwisseling gegaan, waardoor het vandaag het grootste uitwisselingsprogramma ter wereld is. In 1989 werd ESN – Erasmus Student Network – opgericht, een internationale studentenvereniging voor Erasmusstudenten gerund door studenten met een internationale mindset (veelal zelf oud-Eramusstudenten). Het doel is de opvang en de culturele integratie van uitwisselingsstudenten te vergemakkelijken voor inkomende studenten.

Erasmus Belgica

In België bestaat ook het Erasmus Belgicaprogramma, dat uitgaat van het Prins Filipfonds en dat de uitwisseling van studenten tussen de gemeenschappen probeert te bevorderen. Paradoxaal genoeg konden studenten vroeger, via het gewone Erasmusprogramma, wel een beurs krijgen om in pakweg Thessaloniki of Parijs te studeren, maar niet om in Wallonië of het Duitstalige gebied te studeren. Als student aan de HUBrussel heb je dat extra voordeel dat je dan op Erasmus kunt gaan in Brussel. Maar vooralsnog is het Erasmus Belgicaprogramma geen groot succes. Er studeren slechts zes Franstalige Belgen aan de HUB en slechts één Nederlandstalige student trok naar Wallonië. Vreemd als je weet dat zo veel studenten naar Frankrijk trekken om hun Frans bij te schaven.

Opinie: Universitair citytrippen?

door Christophe Vanhoutte

Het is algemeen bekend onder studenten dat hoe zuidelijker je gaat, des te meer Erasmus om fiesta draait en des te minder om trabajar. Alles hangt dus af van de bestemming die je kiest. Terwijl de studenten in Noorwegen zwoegen aan hun papers, vullen de studenten in Griekenland hun dagen met souflaki en boeken ze goedkope vluchten via Ryanair. Geen wonder dus dat Spanje één van de populairste Erasmusbestemmingen is. Ongehoord, zegt u? Ach, voordat deze student op Erasmus kon gaan, heeft hij zich heus wel al bewezen op de universiteitsbanken in België. Eén jaartje in de zon gaat heus het academische niveau niet doen eroderen. Bovendien komt deze student in aanraking met een nieuwe cultuur en een vreemde taal, waardoor de Erasmusstudent een stuk zelfstandiger en internationaler wordt dan zijn thuisblijvende collega. Iets wat ook de toekomstige werkgever inziet. Zo zegt zestig procent van de sollicitanten dat hun verbeterde taalkennis een voordeel was bij de sollicitatie en vijftig procent van de werkgevers vindt de internationale ervaring een pluspunt.

En de Europese Commissie, de bezieler van het project, gelooft er al helemaal in. Voor de periode 2014-2021 pompt de Commissie maar liefst achttien miljard euro in het programma. Een Europees commissaris noemde het Erasmusprogramma wel eens een van de grootste successen van het eengemaakte Europa!

En de student? Wel meer dan negentig procent reageerde enthousiast tot zeer enthousiast over zijn of haar Erasmusverblijf.

Enkel voor rijkere studenten?

Vandaag trekt één op de acht studenten naar het buitenland in het kader van een Erasmusuitwisseling. De Vlaamse overheid zou dit aantal tegen 2020 graag zien oplopen naar één op vijf studenten.

Een verhoging van de Erasmusbeurs zit er echter niet in. De VVS (Vlaamse Vereniging van Studenten – de koepel van studentenraden in Vlaanderen) is een andere mening toegedaan. Volgens het VVS moeten de Erasmusbeurzen ofwel omhoog, ofwel afhankelijk worden van de locatie waar je naartoe gaat. Zo is Parijs alleen al aan huisvesting een pak  duurder dan pakweg Polen of Griekenland.  Momenteel trekt Erasmus dan ook vooral studenten aan uit de middenklasse.

Hier komen we bij een heikel punt: het Erasmusprogramma is niet goedkoop. Zowel voor de overheid als voor (de ouders van) de uitwisselingsstudent is dit een grote kost. Daarom rijst er bij sommigen dan ook de vraag of er geen andere, goedkopere manieren bestaan om studenten een internationale mindset te geven. Waarom moeten studenten Romaanse talen per se naar het Zuiden van Frankrijk als ze evengoed hun Frans kunnen verbeteren in Wallonië? Waarom moeten Brusselse studenten op Erasmus naar de metropool Barcelona als Brussel op multicultureel vlak zelfs meer te bieden heeft? Het is een redenering waar zeker een waarheid inzit en daarom horen we ook steeds vaker het pleidooi voor studieleningen die na enkele jaren terugbetaald moeten worden. Het probleem hiermee is dat er dan na verloop van tijd enkel studenten uit de economisch interessante richtingen, zoals economie en ingenieurswetenschappen, op uitwisseling zouden gaan, omdat deze studenten zekerder zijn van een goed betaalde job.

Submit a Comment