Image Image Image Image Image Image Image Image Image Image

| September 15, 2019

Scroll to top

Top

No Comments

Docent in de kijker: professor Van Deun

Docent in de kijker: professor Van Deun
Tempus

Uit de poll, die onze redactie online plaatste, bleek dat velen geïnteresseerd waren een gesprek te kunnen lezen met de docent in HW/HI van het vak Frans Van Deun. Onder het motto ‘u vraagt en wij draaien’ ging Tempus hem dan ook aan de tand voelen en op de rooster leggen. Vele onderwerpen kwamen ter sprake: van zijn studies, over zijn vrouw tot de veranderingen in het onderwijs!

Tempus: Wat hebt u gestudeerd en hoe kijkt u terug op deze studies?

Professor Van Deun: Tot het tweede leerjaar zat ik bij de zusters Urselinen in Sint-Agnesinstituut te Borgerhout. De rest van het lagere en daarop aansluitend Latijn-Wiskunde (8uur) zat ik bij de paters Jezuïeten in St Xaveriuscollege met enkel jongens. 40 jaar geleden, in 1972-1973, zat ik bij pater Martens sJ in de poësis. Deze oud-leraar is op 26 april 93 geworden. Nadien Ufsia en UIA terug meer dan 3 vierde meisjes. Ik ben in mijn studies dus van het ene naar het andere extreme overgeschakeld. Ik heb in totaal 3 masters behaald waaronder vooreerst Romaanse Filologie aan de Universiteit Antwerpen UA. Ik ben blij dat ik daar gekozen heb voor Italiaans zodat ik later kon praten met de familie van de Italiaanse schone die ik leerde kennen 10 jaar na het afstuderen. Aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte (HIW) van de KUL behaalde ik een master in de Wijsbegeerte. Hiervoor heb ik een thesis geschreven over ‘Sein und Zeit’ van Martin Heidegger. Tot slot behaalde ik nog een ‘Diplôme d’études approfondies’ DEA met thesis over hermeneutiek aan het Centre Européen Universitaire CEU in Nancy (Frankrijk). Ik had reeds v       an jongs af aan een grote interesse voor lectuur en deze studies waren dan ook de juiste keuze voor mij, ik ben er erg tevreden over.

Tempus: Hebben deze studies uw kijk op het leven veranderd?

Professor Van Deun: Zoals mijn grootmoeder zaliger vaak zei: je bent zoveel keren man als je talen kan. Zo leef ik nu in een kleine Toren van Babel: in ons gezin worden drie talen door elkaar gesproken, beluisterd en bekeken in gelijke proporties volgens vaste patronen. Welke talen wordt wel duidelijk door dit gesprek. Velen zien een tegenstelling tussen volop intens leven en reflecteren. Primum vivere, deinde philosophari. Eerst leven dan filosoferen. Filosofie bestaat volgens hen in een activiteit voor grijsaards waarin men op het einde van het leven nadenkt en terugblikt. Dit is echter niet zo. Het is een bewuster, met een ruime belangstelling en open blik midden in het leven staan. De vrijheid van informatie, van denken en van spreken beoefenen. Het vrije woord. Ik heb het geluk gekend om twee filosofen persoonlijk te ontmoeten tijdens een studiebezoek in Parijs in 1978: Emmanuel Levinas (1906-1995) en Paul Ricoeur (1913-2005). Dit was een grote belevenis voor de 22-jarige die ik toen was. Indrukwekkend: ik was sprakeloos en voelde mij erg klein. Van Ricoeur bestudeerde ik aan de unief UA o.l.v. Wim Thys (1940-1990) “Finitude et culpabilité” en bij Antoon Vergote °1921 aan HIW KUL “De l’interprétation”, nadien volgde ik nog lezingen van hem en las ik zijn artikels over fenomenologie, hermeneutiek, psychoanalyse en “le conflit des interprétations”.

Tempus: U hebt gestudeerd in Frankrijk. Raadt u studies in het buitenland aan voor de lezers van Tempus?

Professor Van Deun: Zeker! Je mag je niet in een land opsluiten maar je moet over het muurtje kijken. Je moet de ramen open zetten en je niet vastzetten door in verzuilde hokjes te denken. Je kan het vergelijken met specialisten in de geneeskunde die erg veel weten over weinig. Als je echter op Erasmus gaat, dan verruim je je horizon. Ik heb in 1988 ook drie weken aan de universiteit van Grenoble gestudeerd – halverwege Leuven en Rome – waar ik mijn vrouw heb leren kennen. Het jaar erop volgde ik 3 weken Italiaans in Lucca in Italië. En op 14 juli 1990 zijn we dan in Rome getrouwd.

Tempus: Wat heeft u gemotiveerd om aan de slag te gaan aan de HUB?

Professor Van Deun: Mijn ouders waren zelfstandigen. Dat was een erg stimulerende biotoop. Ik heb actief meegeholpen in de zaak thuis zolang ik in Antwerpen studeerde. Ik ben hen eeuwig dankbaar voor de kansen die ze mij boden om verder te studeren en om het voorbeeld van hard werken dat ze dag in dag uit gaven. De handelswetenschappen liggen in het verlengde daarvan. Vroeger was ik actief in de jeugdbeweging en ben ik ook, gedurende drie zomervakanties, hulpmonitor geweest op speelpleinen in Wallonië in Petigny bij Couvin. Misschien was dit al een eerste aanzet om later les te geven in het Frans aan een groep jongeren. In ’79 ben ik afgestudeerd en in ’89 begonnen aan de HUB, toen Ehsal. Vooraleer vaste grond onder de voet te vinden heb ik maar liefst in 15 verschillende scholen les gegeven, waaronder 6 in Leuven. Hierdoor heb ik meerdere malen de Ronde van Vlaanderen gereden, het vak kunnen leren en heel veel ervaring kunnen opdoen. Je komt immers steeds in contact met andere collega’s, andere handboeken, leerlingen en studenten van verschillende leeftijden en studierichtingen. Deze ontmoetingen maken het onderwijs trouwens zo boeiend. Taal is in wezen communicatie, relatie, ontmoeting. Ook de manier van organisatie is in elke school anders. Wat betreft de infrastructuur en de vele randmogelijkheden is de HUB een hele goede werkgever. Het team van docenten Frans werkt erg goed samen onder leiding van Henri Van den Bussche en de inbreng van allen en voornamelijk de creativiteit, competentie en inzet van Henri maken dat wij beschikken over didactisch materiaal van uitmuntende kwaliteit: syllabi, taken, toetsen, examens, digitaal leerplatform Hubwise met o.a. “documents sonores” en ingesproken oplossingen van vele oefeningen. Eén plus één is hier zeker drie, zelfs vier. Ik heb hiervoor dan ook de grootste waardering!

Tempus: Vindt u dat het onderwijs door de jaren heen veel veranderd is?

Professor Van Deun: Er zijn, op verschillende gebieden, zeker een aantal zaken veranderd. Voordat ik aan mijn hogere studies begon, waren in het vrij onderwijs de jongens en meisjes immers nog gescheiden in aparte scholen. Verder is het lesgeven zelf meer communicatief geworden. Zo wordt het praten van de taal meer gepromoot en worden er minder teksten ontleed in de lessen. Een negatieve verandering is dat de kennis van het Frans sterk is achteruitgegaan. De nieuwe generaties kennen beter het Engels dan het Frans. Uit een studie van de Universiteit van Antwerpen blijkt dat het instapniveau van de kennis van het Frans van de 18-jarigen dit jaar een dieptepunt bereikt heeft. Ook de communicatievaardigheid van de studenten is verslechterd want men dacht ten onrechte dat de Franse taal gemakkelijk te leren is. En dat is dus niet zo.

Tempus: Wat de organisatie van de HUB betreft: wat vindt u van de integratie met de KUL?

Professor Van Deun: Ik ben er van overtuigd dat deze integratie vele voordelen inhoudt. Zo is de KUL bekender in het buitenland wat een pluspunt is voor de studenten die ambitie hebben om verder te gaan studeren of te gaan werken in andere landen. Doordat verschillende structuren worden samengevoegd zijn er echter ook enkele minpunten aan verbonden. HUB was bekend en gewaardeerd voor de plaats die het voorzag voor het onderwijs van vreemde talen. Dit wordt meer en meer op de leest geschoeid van de universiteiten: vermindering van het aantal contacturen en zelfs totaal verdwijnen ervan in het master jaar. Vroeger konden tweetalige studenten een vooruitgeschoven examen Frans afleggen in het begin van het semester waardoor zij hun credit al behaalden en vrijgesteld waren van de lessen te volgen. Door de integratie is dit niet meer mogelijk. Daarenboven zijn er dit jaar ook meer studenten handelswetenschappen ingeschreven aan de HUB ten opzichte van voorgaande jaren. Dit is een goede zaak. Het aantal parallel groepen Frans 1 verminderde van 8 naar 6 lesgroepen. Maar door die 3 factoren zijn de klasgroepen Frans 1 veel groter geworden, de niveaus lopen heel sterk uiteen. Hierdoor is het vooral voor zwakkere studenten veel moeilijker om de taal te leren. Academisering moet toch niet samengaan met massificatie. Hopelijk dat aan dit ongemak binnen redelijke tijd kan worden verholpen. Hoop doet leven. La speranza è l’ultima a morire…

Submit a Comment